Doel van het spel
Per ronde gooit iedere speler met twee dobbelstenen. De speler met de laagste score aan het einde van de ronde verliest en drinkt. De verliezer van de ronde begint de volgende ronde als eerste.
Scorevolgorde
Scores worden bepaald door de twee dobbelstenen. De hoogste steen staat voorop: een 5 en een 3 is score 53. Van laag naar hoog:
| Combinatie | Score |
|---|---|
| đē 1 + 3 â aanwijzen | 31 |
| 2 + 3 | 32 |
| 1 + 4 t/m 5 + 6 | 41 â 65 |
| 1-1 Dubbel | 100 |
| 2-2 Dubbel | 200 |
| 3-3 Dubbel | 300 |
| 4-4 Dubbel | 400 |
| 5-5 Dubbel | 500 |
| 6-6 Dubbel | 600 |
| đ¯ 1 + 2 â Mex | MEX |
Beurten
De eerste speler mag tot drie keer gooien per beurt en kiest zelf wanneer te stoppen. Zijn eindscore telt. Alle volgende spelers mogen maximaal zoveel gooien als de eerste speler deed.
Gooit de eerste speler een Mex of een 32, dan mogen alle andere spelers ook maar zoveel gooien als de eerste speler deed.
31 â aanwijzen
Een 31 is de slechtste reguliere worp. Wie een 31 gooit, wijst iemand anders aan die een slok drinkt. Daarna gooit die speler zijn volledige beurt opnieuw. De 31 telt niet als eindscore.
Verlies
De speler met de laagste score aan het einde van de ronde drinkt. Het aantal slokken is gelijk aan de startinzet plus het aantal keer dat er een Mex gegooid is die ronde. Bij gelijkspel drinken alle betrokkenen.
De ridder
Wie een dubbele 1 (1-1) gooit wordt de ridder. Gooit iemand anders daarna een dubbel, dan moet de ridder drinken â zoveel slokken als de waarde van het dubbel. Een 3-3 betekent drie slokken voor de ridder. Gooit iemand opnieuw een 1-1, dan is die persoon de nieuwe ridder.
Mex
Een Mex (1 + 2) is de hoogste score. Wie een Mex gooit, kan niet meer gooien die beurt. Elke Mex die in een ronde gegooid wordt, voegt ÊÊn slok toe aan de straf van de verliezer.
Regels zitten er wel in. Nu nog oefenen.
Speel nu